Olympisch feestje met een beetje sport

1 juli 2012 § Een reactie plaatsen

Nog een maand en Londen zal bijna vier weken lang verlicht worden door de Olympische vlam. De hele wereld draait dan om de Engelse hoofdstad. En sport, zou je denken. Maar dat valt nog vies tegen. Vorige week was ik in Londen om samen met een vriendin, die net als ik journalistiek studeert, verslag te doen van het verhaal achter de Olympische Spelen. Het evenement draait misschien een klein beetje om sport. De rest, bijna alles dus, om geld.

De Spelen zijn voor Engeland een mooie manier om aan de wereld te tonen wat ze in huis heeft. Overal op straat hangen posters en billboards van de aankomende Zomerspelen. Iedereen mag zien hoe groots en professioneel het gaat worden. De grootste blikvangers zijn die van hoofdsponsors Mac Donalds en Coca Cola. Dat het evenement om sport zou moeten gaan, zijn de regering en het Olympisch Comité even vergeten. Frisdrank en fastfood zijn misschien niet de meest logische keuzes, maar wel een makkelijke manier voor de regering om geld te verdienen. De Olympische Spelen lijken een politiek spelletje te worden, terwijl het zou moeten draaien om het verbinden van mensen en sport.

Zo worden de Spelen van Londen ook gepresenteerd. Toch is het tegendeel waar. De achtergestelde, vervallen wijk East End in het oosten van Londen, zou het centrum van de Spelen worden. Er werd een luxe Olympisch Park uit de grond gestampt, het Stratford Stadium, wat goed zou zijn voor de werkgelegenheid onder de lokale bevolking . Later bleek dat de meeste banen allang ingevuld waren door de werknemers van de ingehuurde bedrijven. De voornamelijk Indiaase en Pakistaanse bewoners van East End zitten nu nog steeds zonder werk. Daarnaast hebben ze nog een terechte reden tot onvrede. De route van de Olympische marathon zou door hun wijk lopen en de finish zou het Stratford Stadium zijn. Ook aan die belofte hebben de hoge piefen van het sportevenement zich niet gehouden. Volgens hen zou de marathon te grote verkeerschaos teweeg brengen. De marathonrenners zullen daarom finishen bij Buckingham Palace. Inderdaad: in het rijke westen van Londen.

Engeland heeft nog meer trucjes bedacht om aan de wereld te tonen wat ze allemaal kan. De beveiliging is dan ook extra goed geregeld. Tijdens de Spelen lopen er meer troepen op straat rond dan er op dat moment in Afghanistan zitten. In de buurt van het Stratford Stadium staan raketwerpers klaar én alle politieagenten dragen straks een geweer, terwijl ze dat op gewone dagen ook niet hoeven. Bangmakerij, vinden veel Londenaren. De meesten van hen zeggen tijdens de Spelen de stad te verlaten. Gelijk hebben ze. Een feestje dat alleen van de elite is, is geen echt feestje.

Deze column is tevens verschenen in De Wijkkrant te Waalwijk van zondag 1 juli 2012.

Advertenties

Bindmiddel

17 april 2012 § 2 reacties

“Het is de illusie die ons kwelt”, zei je. Er was niet eens een kleine aarzeling in je stem te horen. “De illusie dat alles volgens een vast stramien moet gaan”, vervolgde jij je zin. Ik antwoordde niet. Ik keek je aan. Ik bestudeerde je gezicht. Op je voorhoofd waren nog wat kleine zweetdruppeltjes te zien. Je haar zat wild, maar dat maakte je nog stoerder dan je al was. Je nam een slok van je rode wijn. We dronken altijd rode wijn na de seks. Een gewoonte die we ons vanaf het begin dat we elkaar zagen aangeleerd hadden.

Het was donker in de kamer. Er brandden alleen wat kaarsen die jouw gelaatstrekken verlichtten. De gordijnen waren half dicht. Een strook licht van de lantaarnpaal in de straat viel neer op de kleren die over de grond verspreid lagen. Jij wilde verder praten, maar ik legde mijn vinger op je lippen. Ik wist wat je ging zeggen en ik zei dat je het vooral niet moest zeggen. Ik wilde het niet horen. Niet uit jouw mond. Ik geef de touwtjes niet graag uit handen. Tot ik verliefd ben, dan binden de touwtjes zich als een strik om mijn hart. Mijn hart is dan niet langer meer van mij, maar een cadeautje bestemd voor de man die de touwtjes heel langzaam steeds een beetje losser weet te krijgen.

Je was er nog niet aan toe. Niet nu. “Misschien straks.” Het klonk niet veelbelovend. Ik wilde horen dat we het in ieder geval konden proberen en dat we dan wel verder zouden zien. Wat ‘verder’ was, dat wist ik eigenlijk niet. Niets liever wilde ik dat ik alles kon invullen met de juiste woorden. Woorden waarmee ik je kon overtuigen. Ergens wist ik dat je gelijk had en dat we niet op deze manier door konden gaan. Maar niets is moeilijker dan een einde maken aan iets moois. Dat iets tastbaars daarna alleen nog maar een herinnering is, wilde ik voorkomen. Het einde stelde ik graag nog even uit.

Je zweeg. Je had alles gezegd. Je schonk jezelf nog een vol glas wijn in, alsof alles dan ineens zoveel makkelijker werd. Ik wilde voor de laatste keer mijn hoofd op jouw borst leggen. Jij sloeg een arm om mij heen, waardoor je wijn knoeide. We keken naar de kringen die zich in de witte lakens vormden. Wat overbleef na deze avond, was voor altijd zichtbaar in mijn bed. Mijn kussen en haren roken naar jou. Die typische geur die me altijd naar jouw lichaam deed verlangen. Ik zag hoe de afdrukken van jouw kussen op mijn borsten bijna verbleekten bij de vlekken van de rode wijn. Er bleef steeds minder van ons over.

Terwijl ik langzaam de laatste slok dronk, bedacht ik me dat rode wijn geen bindmiddel is.

Iets meer mij

15 maart 2012 § 1 reactie

Hoe jij en ik maar iets meer jij.
En dat jij zei:
het is jij en ik.
Maar iets meer mij.

Verloren

24 december 2011 § Een reactie plaatsen

De kille kamer waar
de muren vechten
om de ruimte en de laatste herinnering
met het doven van het licht
verloren is gegaan

Vanavond schrijf ik een brief aan jou

5 december 2011 § 1 reactie

vanavond schrijf ik een brief aan jou
de woorden geef ik aan de wind
omdat ik toch niet weet
waar het eindigen zal

de herfstbladeren nemen
mijn gedachten mee
ze zweven door de nacht
tot ze jou bereiken

Mijn gedicht met naam op de muur van Restaurant Het Galgenwiel in Waalwijk

5 december 2011 § 1 reactie

 Daar waar Het Galgenwiel
 ooit aan de oever stond
 En de mensen deze plek
 wisten te vermijden
 Is het nu de kok
 die De Langstraat weet te
 verblijden 

Zo kan het ook

26 oktober 2011 § 8 reacties

Moslima’s zitten alleen maar thuis op de bank, worden onderdrukt door hun man, spreken geen woord Nederlands en komen niet voor zichzelf op, dat beeld hebben veel Nederlanders van Turkse en Marokkaanse vrouwen. Niet zo gek ook, de kranten staan vol met berichten over importbruiden die bij hun man onder de plak zitten of de slechte schoolresultaten van Turkse en Marokkaanse jongeren. En dan hebben we ook nog Geert Wilders die alsmaar over de islamisering spreekt.

Toch weten we allemaal dat niet alle Turkse en Marokkaanse gezinnen voldoen aan het beeld dat ik hierboven schets. Er zijn genoeg Turkse en Marokkaanse families aan te wijzen, waarvan zowel de man als de vrouw een baan heeft en de kinderen op het gymnasium zitten. Gezinnen die hun eigen geloof hebben, maar verder leven volgens de westerse cultuur. Ik had laatst een interview met een jong Turks gezin, dat bestond uit een vader, een moeder en twee kleuterdochters. Op tafel stonden allerlei Turkse hapjes, die de moeder van het gezin speciaal voor deze gelegenheid gemaakt had. Turken zijn heel gastvrij, dat is gebruikelijk in die cultuur, zo vertelde de man mij. Het is in Turkije heel normaal dat als er familie over de vloer komt, zij ook mee-eten. Ook viel het mij op dat de vrouw geen hoofddoek droeg. Erg modern dus. Daarnaast sprak ze gewoon Nederlands tegen mij, maar ook tegen haar dochters. Ze beheerst de taal minder goed dan haar man, maar dat is niet zo vreemd. Zij is in Turkije geboren, hij in Nederland. Het werd me al vrij snel duidelijk dat de vooroordelen die over Turken bestaan echt niet op dit gezin van toepassing zijn. Het idee dat alle kinderen van ouders met een niet-westerse achtergrond naar zwarte scholen gaan, werd deze avond ook ontkracht. De dochters gaan naar een katholieke basisschool, terwijl ze ook naar de openbare, meer multiculturele basisschool die ernaast ligt hadden kunnen gaan. Hun ouders hebben hier expres niet voor gekozen. Zij willen namelijk dat hun kinderen goed Nederlands leren spreken. Dat de school christelijk is en hun dochters daardoor dingen meekrijgen uit de Bijbel, maakt ze niets uit. Volgens deze ouders is het alleen maar goed dat hun kinderen ook kennis maken met andere godsdiensten.

Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het een interessant en gezellig interview vond en ik veel dingen over de Turkse cultuur geleerd heb. Dingen die ik van tevoren niet wist en die waarschijnlijk het merendeel van de Nederlanders ook niet weet. Daarom moet je twee keer nadenken voordat je iets zegt, want zolang je iemand niet kent, weet je niet hoe iets echt zit. Je kunt je wel een beeld vormen, maar achteraf kun je pas de juiste kleuren invullen. Toen ik de vader van het gezin naar zijn favoriete Turkse recept vroeg, moest hij lang nadenken. Zijn vrouw begon te gniffelen en gaf antwoord op mijn vraag: “Mijn man houdt heel erg veel van aardappels en friet”, waarop haar man er lachend aan toevoegde: “Ja, dat is echt mijn lievelingseten!” Nederlandser kan het bijna niet…

Deze column is tevens verschenen in De Wijkkrant te Waalwijk van zaterdag 8 oktober 2011.